Lange tijd waren astronomen ook astrologen. Een echte scheiding was er nog niet. Wat is nu het verschil tussen astronomie en astrologie en wanneer is men het apart van elkaar gaan zien?
lastig
Het onderwerp astrologie is voor een site die zich richt op zaken over het heelal en ruimtevaart natuurlijk een lastig onderwerp. Er hangt nu eenmaal een wat zweverig beeld rond astrologie, wat op zich begrijpelijk is. Dit artikel is dan ook niet bedoeld om een duidelijke mening te uiten of een denkbeeld te ondermijnen. Vanzelfsprekend mag ieder voor zich bepalen wat er van te vinden.
Het doel hier is om in hoofdlijnen een beeld te geven van de oorsprong van astronomie als losstaande wetenschap. Een volledige uitwerking zou wel eens meerdere boeken kunnen opleveren, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Daarom volgt nu een korte uitleg met wat historische feiten en geen complete verhandeling met geschiedkundige verwijzingen en wat niet meer.
Definitie
Om te beginnen is het van belang vast te stellen wat beide termen, astrologie en astronomie, nu inhouden. Laten we starten met astrologie: dit is de benaming voor de leer die de samenhang tussen de stand van de hemellichamen (vooral planeten en sterren) en het leven op aarde beschrijft. (Bron: onzetaal.nl)
Voor astronomie geldt: het is een wetenschap die zich richt op het bestuderen van alles wat zich in het universum afspeelt. Belangrijk hierbij is de falsifieerbaarheid van een theorie, wat wil zeggen dat op basis van feiten een theorie wordt bewezen of ontkracht.
Duidelijk is dus dat het verschil hem in de observatie alleen of het achterhalen en toetsen van feiten ligt. Toch is de scheiding van astrologie en astronomie er niet altijd geweest.
Heliocentrisch model
In de moderne tijd spreken we over astronomie als een wetenschap. Met de moderne tijd wordt dan de periode bedoeld die na de middeleeuwen kwam. Dat gaat dus terug tot het jaar 1500. Rond die jaren was de klerk Copernicus degene die beschreef dat de aarde helemaal niet het middelpunt van het heelal was. Dat viel niet in goede aarde bij de gelovige gemeenschap, die met sterke argumenten (…) de overtuiging van de aarde als het centrum van alles bleef verkondigen. Hierdoor bleef het Copernicaanse, ook wel heliocentrische, model versus het nog steeds geldende geocentrische model lange tijd een onderwerp van discussie.
Het was onder andere Galileo Galilei die in de eeuw na Copernicus het heliocentrische model ter harte nam en er zijn kennis over mechanica en onderlinge invloed van voorwerpen beschreef in relatie tot dit nieuwe model. Dit tot groot ongenoegen van de op dat moment geldende kerk die in 1616 daarom een verbod uitvaardigde rond de ‘valse en absurde’ en ‘gevaarlijke’ denkwijze van Galileo.
telescoop
Het was dezelfde Galileo die met een simpele telescoop bewees dat er manen rond een andere planeet draaide. Tot dat moment geloofde men dat als de aarde rond de zon zou draaien, onze maan dat niet zou kunnen bijhouden en dus weggeslingerd zou worden en niet langer rond de aarde kon draaien. Het bewijs dat Galileo ter tafel bracht kwam toen hij met zijn simpele telescoop dagenlang Jupiter observeerde. Daarnaast keek hij ook naar Venus en ontdekte zijn veranderende ‘gestaltes’, lijkend op maanfases, wat bewijs was dat een planeet wel degelijk rond de zon moet draaien. Met deze ontdekkingen werd het alsmaar lastiger om het heliocentrische model te ontkennen.
Ondanks de bewijzen viel het Galileo niet makkelijk zijn standpunt te verdedigen. De kerk wilde zelfs een voorbeeld stellen door hem te veroordelen tot huisarrest en zijn werk op de verboden lijst te zetten. Pas in 1992, ruim 350 jaar na zijn ontdekkingen, is door het Vaticaan uitgesproken dat men destijds onjuist gehandeld heeft.
Scheiding
In de 18e eeuw werd meer en meer onderzoek gedaan en ging men vaker af op feiten, hoe lastig soms ook te bewijzen. Dit was de periode van verlichting, ook wel de eeuw van de rede genoemd. Het werd een stimulans voor de wetenschap, maar ook een bestrijding van bijgeloof, recht van de kerk en intolerantie. Het geloof kreeg daardoor een steeds kleinere rol in zaken als wetenschap en daarmee ook astronomie. Langzaamaan ontstond de scheiding tussen het occulte en de wetenschap en kwam de astrologie minder aan bod als serieuze vorm van het bestuderen van de sterren. Toch waren bekende personen zoals Newton en zelfs Galileo bekend als astroloog. Er was simpelweg geen andere term in gebruik. Pas rond de 18e eeuw is een duidelijk onderscheid terug te vinden waarin de wetenschap zijn stempel drukt op de astronomie.
Sinds die tijd is astrologie dan ook meer en meer gereduceerd tot hetgeen we nu kennen: horoscopen en andere niet wetenschappelijke vormen van voorspellingen. Bovendien blijft de astrologie in veel gevallen nog steeds gebruik maken van het geocentrische model, maar dan vooral om vanuit het standpunt waarin de aarde centraal staat het beeld aan de hemel te verklaren/gebruiken. Evengoed wordt ook door de astrologie het heliocentrische model geaccepteerd.
Astronomie is daarentegen verder doorontwikkeld en kent inmiddels vele wetenschappelijke vormen zoals kosmologie, theoretische astronomie, astrobiologie, astrofysica, astrogeologie en astrometrie. Maar ook studies gericht op exoplaneten, zwarte gaten, donkere materie en nog veel meer. In alle gevallen gaat het om het leveren van bewijzen, met feiten door metingen en observaties, van gestelde theorieën.
Dus zodoende heerst er inmiddels een duidelijke scheiding tussen astrologie en astronomie. Daar waar het eerst nog een en dezelfde leer was, kennen we nu een duidelijk verschil waarbij de astronomie nadrukkelijk als wetenschap is gepositioneerd.