Astrofoto’s maken met een (spiegelreflex) camera

astrofotografie met een spiegelreflex camera

Er zijn verschillende manieren om foto’s te maken van het heelal. Met je telefoon of telescoop, maar je kunt ook astrofoto’s maken met een (spiegelreflex) camera.

Hoe dat werkt, legt Corné je uit in deze blog. Als het helder is kun je goed de sterren en de maan zien. Dit wil je ook wel eens vastleggen op foto! Maar hoe doe je dat? Je kunt met je smartphone foto’s maken of via een telescoop, maar met een (spiegelreflex) camera is het ook goed mogelijk!

In dit artikel wil ik jullie meenemen naar de basis van astrofotografie; Hoe kun je mooie sterrenhemels fotograferen zonder al te veel poespas, ‘gewoon’ met je camera.

Vooraf

Voordat we beginnen moet je uiteraard weten wat je wilt fotograferen. Dat kunnen verschillende dingen zijn, zoals bijvoorbeeld een widefield foto van de Melkweg of een foto van de Orion Nevel. Wat leuk is aan deze vorm van fotografie is dat je m.b.v. diverse apps kunt plannen wat je wilt gaan fotograferen. Zo kun je bijvoorbeeld precies zien hoe laat in het voorjaar de ‘core’ van de Melkweg weer boven de horizon uit komt, hoe laat en wanneer bepaalde nevels of andere sterrenstelsels op een gunstige plek aan de hemel staan en nog veel meer. Apps als bijvoorbeeld Skysafari, Starwalk en Photopills kunnen je hierbij enorm helpen.

Locatie

Nadat je hebt bepaald wat je wilt gaan fotograferen en middels de diverse apps hebt kunnen zien waar je object staat en naar welke richting je moet kijken, kun je op zoek naar een geschikte locatie.

Praktisch gezien kun je overal de sterren fotograferen, maar als je dat in hartje Amsterdam doet of midden op de afsluitdijk, dát is nogal een verschil. De hoeveelheid omgevingslicht speelt hierbij een cruciale rol, en zoals je wellicht zal begrijpen; hoe donkerder, hoe beter!

Ook hier heb je weer diverse apps en websites voor, bijvoorbeeld Darkskymap. Hier kun je zien waar in Nederland de donkerste gebieden zijn. Zo kun je grofweg een gebied uitzoeken waar je heen wilt. Met dat gebied in gedachten gaan we nu naar Google maps. Afhankelijk van wat je wilt fotograferen kun je m.b.v. Google Streetview leuke voorgronden opzoeken of makkelijk toegankelijke plekken vinden. Waar je op dat moment ook naar kan kijken is of er in de buurt van je gespotte locatie lantaarnpalen staan. Als je langs een weg staat met veel lantaarnpalen, dan zal je daar veel hinder van ervaren ook al zit je in een ‘donker’ gebied, let hier dus goed op!

astrofotografie met een spiegelreflex camera
Bron: darkskymap.com/

Materiaal

Goed, nu hebben we een plan. Nu pakken we even ons materiaal erbij!
Sterren fotograferen kan in principe met iedere camera waarbij je de instellingen manueel kunt instellen. Natuurlijk zitten er in de verschillende camera’s veel verschillen. Waar je dan met name naar moet kijken is tot hoe hoog je de ISO waarde kan opschroeven en de hoeveelheid ruis die daarbij komt kijken.

De meeste nieuwe camera’s kunnen bijvoorbeeld makkelijk tot ISO 3200 met een acceptabele hoeveelheid ruis, bij wat oudere modellen heb je bijvoorbeeld al hinderlijke ruis bij ISO 1600. Ook heb je het verschil in cropcamera’s of fullframe camera’s. Fullframe camera’s presteren over het algemeen beter in donkere omstandigheden en vaak dus de voorkeur genieten.

Dan de lens, voor de verschillende soorten objecten; Melkwegfotografie of Deepsky heb je uiteraard verschillende lenzen nodig. Laten we het voor nu even houden op Melkwegfotografie. Over het algemeen wordt er voor dit soort fotografie veel gebruik gemaakt van lichtsterke groothoeklenzen. Grofweg 14mm tot 28mm. Hierbij is een groot diafragma wenselijk, het liefst f2.8 of lager. De standaard ‘kitlens’ die vaak in combinatie met een camerabody wordt gekocht is meestal een 18 -55mm met F3.5.

Wat je niet mag vergeten is een degelijk statief. Omdat je werkt met lange sluitertijden, moet je camera stabiel blijven staan. De minste of geringste beweging zorgt namelijk voor onscherpte.

Er zijn diverse statieven te koop, je kan met ieder statief wel uit de voeten komen maar een wat goedkoper statief is vaak wat onstabieler dan een wat duurder en vooral wat zwaarder statief. Hoe meer stabiliteit, hoe beter.

Scherpstellen en instellingen

Één van de belangrijkste onderdelen van fotografie is scherpstellen. Dat kan, zeker in het begin, behoorlijk lastig zijn. Wat ik zelf altijd doe is scherpstellen middels de liveview van de camera. Bijna iedere camera heeft tegenwoordig een liveview modus, waarbij je dus live ziet wat je doet op het schermpje van je camera. Meestal kun je op de schermpje ook nog 5x en 10x inzoomen. Zoom dan in op een ster en draai aan de focusring totdat je ster op z’n allerkleinst is, dan zit je meestal behoorlijk goed in focus.

Wat je ook kan doen is scherpstellen op een lichtbron heel ver weg. Dan is het wat minder nauwkeurig maar meestal ook redelijk oké. Als laatste optie zou je ook je focus op oneindig kunnen zetten, maar dat levert de minst mooie resultaten op.

De instellingen van je camera zijn ook niet bepaald onbelangrijk. Kort samengevat. Je moet zoveel mogelijk licht op je sensor krijgen, zonder dat je té lang belicht of teveel ruis krijgt. Het is daarom prettig om zoals eerder benoemd een lichtsterke lens te gebruiken. Hoe lichtsterker de lens, hoe lager je ISO waarde kan blijven en des te minder ruis je in de foto hebt.

Grofweg zijn de instellingen:
Diafragma: Zo laag mogelijk tot ongeveer F3.5.
ISO: Variërend van de hoeveelheid omgevingslicht, 1600 tot 3200.
Sluitertijd: Dit is de lastigste. Je wilt voorkomen dat de sterren streepjes worden. Hierdoor heb je te maken met een maximale belichtingstijd, afhankelijk van het aantal mm van je lens. Hoe meer mm, hoe langer je kunt belichten.

Hierbij kun je de volgende ‘regel’ in acht houden:
400/aantal mm = maximale sluitertijd.
Bijvoorbeeld: 400/18mm = 22,2.
Grofweg kun je dus 20 seconden belichten. Als je langer gaat belichten zullen de sterren streepjes worden door de draaiing van de aarde.
Hierbij moet je óók nog rekening houden met je camera, bij een fullframe camera kun je ‘gewoon’ het aantal mm van je lens nemen. Bij een ‘crop’ camera moet je het aantal mm nog eens x1.6 doen. Dan wordt de 18mm dus 28mm (18×1.6) en wordt het dus 400/28= 14s.

Nabewerking

Als eerste is het belangrijk om in RAW te schieten. Hierdoor kun je in de nabewerking het maximale uit je foto halen. Hoe je nabewerkt is voor iedereen persoonlijk. Iedereen bewerkt naar smaak zijn foto. Wel zijn er een aantal standaard stappen die ik doorloop. Dit is voornamelijk belichting, witbalans en contrast, hooglichten, schaduwen, en clarity (helderheid). Ik kan niet zeggen wat je precies met de schuifjes moet doen, dat verschilt namelijk per foto en is voornamelijk een kwestie van uitproberen. Als afsluiter voeg ik ook nog wat ruisreductie toe. Niet teveel want dan verlies je detail. Een beetje maakt je foto soms net wat ‘smoother’.

Kleuren bewerken is echt persoonlijk. De één houdt van natuurlijke kleuren, de ander van wat fellere kleuren. Zelf wil ik het altijd graag een beetje realistisch houden, maar nogmaals, dat is persoonlijk.

Ik hoop je hiermee een goede basis te hebben gegeven voor basis astrofotografie met alleen je camera en een statief. Voor vragen, neem gerust contact op!

astrofotografie met een spiegelreflex camera
Foto: Corné Ouwehand
Deel deze blog: